Met reden geloven


 
IndexFAQZoekenRegistrerenGebruikerslijstGebruikersgroepenInloggen

Deel | 
 

 De Hydroplaattheorie; deel 1

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Alex
Admin
avatar

Aantal berichten : 487
Woonplaats : Geen vaste
Registration date : 25-04-07

BerichtOnderwerp: De Hydroplaattheorie; deel 1   do jun 28, 2007 4:16 am

Hier een stukje over de oorzaak van de vloed en over de hydroplaattheorie, ter vervanging van de platentectoniek. Ik vind het een zeer interessante theorie, en ik ben geneigd eerder in deze theorie te geloven dan in de huidige platentectoniek.

Het stuk is afkomstig van de website: Genesis en Geologie

God zette de vloed in gang als gevolg van de zonde van de mens. Aan het einde van de scheppingsweek was alles dat God geschapen had “zeer goed” (Genesis 1:31). De vloed was destijds dus niet onvermijdelijk. Anders gezegd, de aarde was niet geschapen als een tijdbom. Evenmin was het heelal geschapen met dodelijke kometen, asteroïden of meteorieten die op de aarde gericht waren. Hun aanwezigheid aan het einde van de scheppingsweek zou duiden op onheil en niet als “zeer goed” beschouwd kunnen worden [Zie Deel 2: "het ontstaan van kometen en asteroïden" voor meer informatie over hun ontstaan als gevolg van de vloed.]

Later liet God de hele aarde overspoelen als gevolg van de enorme zonde van de mensheid (Genesis 6:5–6). We zullen misschien nooit weten wat de fysieke opeenvolgende gebeurtenissen waren voor het ontstaan van de vloed, maar de Bijbel geeft wel enkele interessante aanwijzingen.

De hydroplaattheorie, die in deel 1 behandeld is, laat zien hoe een globale vloed die overeenkomt met de vloed zoals beschreven in Genesis, meer dan 20 belangrijke geologische kenmerken van de aarde en het zonnestelsel verklaart. Deze theorie veronderstelt twee start condities: (1) een enorme hoeveelheid zout water die zich in onderaardse onderling verbonden kamers bevindt en (2) een geleidelijk toenemende druk van het onderaardse water. - voldoende hoog om de aardkorst van binnen naar buiten te doen scheuren. Hoewel de Bijbel op meerdere plaatsen spreekt over hoeveelheden onderaards water is het niet duidelijk waarom de druk zodanig zou toenemen dat de aardkorst over de hele lengte zou scheuren.

Verplaatsing van gesteente. Probeer eerst een belangrijk aspect van de aarde voor de globale vloed te visualiseren. We stellen ons het hele aardoppervlak voor als bedekt met een sandwich met een horizontale gesteente laag (die later de aardkorst wordt) met een laag water zowel daarop als daaronder. De gesteente laag is ruim 15 km dik, de beide waterlagen zijn ongeveer één kilometer dik. Het water bovenop de gesteente laag is het oppervlakte water, de opgesloten laag eronder is het onderaardse water. Als de gesteente laag volledig gelijkmatig zou zijn in dikte en dichtheid, zou alles in evenwicht zijn.

Er waren ongetwijfeld kleine variaties in de dikte en de dichtheid van het gesteente. De zwaardere gedeelten zouden naar beneden zakken (buigen), zoals een overbelaste vloer, waardoor het bovenliggende water naar de depressie zou stromen. Het extra gewicht zou verdere doorbuiging veroorzaken. Hierdoor zou er nog meer oppervlakte water naar de toenemende depressie stromen, waardoor iedere geul dieper en dieper werd.1




Figuur 149: Het droge land komt tevoorschijn. Aan het einde van de eerste scheppingsdag, was de hele aarde met water bedekt. Op dag 2 maakte God een “raqia” die een duidelijke scheiding (“badal”) maakte tussen het vloeibare water (“mayim”) boven en het vloeibare water onder. Op de derde dag, kwam er land tevoorschijn uit het oppervlakte water als voorbereiding op de schepping van planten, dieren en mensen. (De dikte van het water is overdreven weergegeven om de de geburtenissen van de 2e en de 3e dag te illustreren. De afmetingen zijn geschat.)

De erkenning dat er volgens de Bijbel voor de vloed een grote hoeveelheid water onder de korst aanwezig was, is van wezenlijk belang om de vloed te begrijpen. Ons gebrek aan inzicht om de elementaire geologische aspecten van de vloed te begrijpen, heeft de deur geopend voor de evolutietheorie en een geloof van velen in een miljarden jaren oude aarde.

Op enkele plaatsen zal het doorgebogen gesteente tegen de bodem van het onderaardse water aan geplooid zijn, waardoor ter plaatse uitstulpsels of “pilaren” ontstonden. Dat komt omdat de de druk van het gesteente aan de dikkere en dichtere onderkant groter werd dan de opwaartse druk van het onderaardse water. Als op die plaatsen het drukverschil groter was dan de schuifspanning van het gesteente, dan zou het gesteente, kneedbaar als plamuur, naar beneden vloeien. De hoge interne druk zou ervoor zorgen dat er geen scheuren ontstonden of dat het gesteente zou breken, zoals wel kan gebeuren aan de oppervlakte waar het gesteente hard en bros is. Compressie testen op cilinders van gesteente die blootgesteld worden aan hoge zijwaartse druk, maar grotere neerwaartse belasting laten zien dat de gesteente cilinders zo kneedbaar worden als plamuur.

Neerwaartse uitstulpsels (pilaren) zouden groeien zoals de neerwaartse bellen in een lava lamp, met het verschil dat het gesteente een vaste stof is en geen vloeistof en daarom een zekere interne sterke heeft dankzij de atoom bindingen. Hoe dieper de pilaren gingen, hoe groter dat het drukverschil zou worden, zodat het gesteente nog dieper zou wegvloeien totdat de pilaren uiteindelijk de bodem van de onderaardse kamers bereikten. Pilaren die een hoge last zouden dragen zouden dikker worden en enigszins in de bodem kunnen doordringen.

Dezelfde effecten, maar dan in tegengestelde richting, zorgden ervoor dat de dunnere en minder dichte plaatsen van de gesteente laag uit het water tevoorschijn kwamen als continenten. Uitgangspunt is dat het opgesloten onderaardse water daarbij in principe een constant volume had. Daarom kwam er bij het naar beneden buigen van gesteente en de vorming van pilaren, op andere plaatsen gesteente omhoog.

Als, op de tweede scheppingsdag, onze “sandwich” de aarde omsloot zoals de buitenste drie ringen van een ui, dan zou het water de hele aarde bedekken. In de daarop volgende uren, zou het dunnere gesteente naar boven het oppervlaktewater rijzen en droog land vormen. Het water zou afvloeien in de geulen. Dit lijkt op de derde scheppingsdag gebeurd te zijn (Genesis 1:9–10). De hele aarde was bedekt met water en toen God zei "Dat de wateren onder de hemel op een plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeen."

Genesis 1:9 zegt dat al het water onder de hemel op één plaats samenkwam (m.a.w. een grote oceaan). Waarom staat er dan in het volgende verse dat de samengevloeide wateren "zeeën" - meervoud werden genoemd? Antwoord: Er werden meerdere zeeën gevormd als een honingraat onder de korst . De "Interpreter’s Bible" verklaart:

“Zeeen” omvat meer dan de wateren aan de oppervlakte van de aarde; het omvat ook de (vermeende) onderaardse wateren waarop de aarde verondersteld werd te rusten ... en de grote oceaan, waarop de pilaren van het firmament stonden.2

Psalm 24:2a vermeld expliciet dat God de aarde "op de zeeën heeft gegrondvest".

Opmerkelijk genoeg is de de tweede dag de enige scheppingsdag waarvan de Bijbel niet expliciet zegt dat God zag dat het goed was. Het was zeker geen slechte dag, want aan het einde van de scheppingsweek zag God dat alles wat Hij gemaakt had “zeer goed” was. Blijkbaar werd het werk van de tweede dag pas op de derde dag afgerond.

Het is nu duidelijk waarom. Op de tweede dag, nadat de aardkorst was geschapen met water eronder en erboven, begon de korst te deformeren. Dikkere gedeelten zonken en werden pilaren, terwijl de dunnere gebieden uit het water omhoog kwamen. Daarom zegt Psalm 104:3 met betrekking tot de tweede dag,3 (met mijn interptretatie tussen haakjes), Hij zoldert [steunt] zijn opperzalen [de korst] in de [onderaardse] wateren. Op de derde dag was het oppervlakte water van de hoger gelegen gebieden afgevloeid waardoor droog land ontstond - een “goede” conditie (Genesis 1:10) die nodig was voor het leven dat God nu kon gaan scheppen.

Het lijkt alsof ook Petrus deze gebeurtenissen beschrijft in II Petrus 3:3–6. Hij zegt dat in latere tijden de mensen niet zullen begrijpen dat, “de aarde, die door het woord van God ontstaan was uit en door water” en “de eerste wereld eveneens door water is overstroomd en ten onder gegaan.”

Dit stemt overeen met de volgende interpretatie: Op de tweede dag werd een vrijwel horizontale korst, of “uitspansel,” geformeerd temidden van het water dat de aarde bedekte (Genesis 1:2,6,7,9). Op de derde dag kwamen de lichtere gedeelten van de korst naar boven, waardoor de rest van het water afvloeide naar de lager gelegen gebieden (Genesis 1: 10). Met andere woorden, de aarde (de korst) werd uit het oppervlaktewater opgeheven en werd gevormd door de druk van het onderaardse water. Sommigen menen ten onrechte dat “het ontstaan van de aarde uit water” een vorm van alchemie is waarbij water (H2O) in aarde SiO2, (Mg,Fe)2SiO4, en een heleboel andere mineralen die in gesteente voorkomen veranderde. In feite wordt “uit” gebruikt in ruimtelijke zin. De Staten Vertaling zegt het iets duidelijker: “... de aarde uit het water en in het water bestaande ... .”

Bijna 2.000 jaar later,4 knalde het water onder de korst vandaan in de vorm van “de fonteinen van de afgrond,” en vloeide samen met het oppervlakte water en overstroomde en vernietigde, zoals Petrus schreef, de aarde in een wereldwijde catastrofe. Het Griekse woord katakluzo, waar ons woord “catastrofe” van is afgeleid, is vertaald als “overstroomd” in II Peter 3:6. Bij de beschrijving van de zondvloed gebruikt de Bijbel nergens de normale Griekse of Hebreeuwse woorden voor vloed. De zondvloed was veel meer dan dat, het was een ongeëvenaarde wereldwijde ramp.

Het moeilijke Hebreeuwse woord raqia word meestal vertaald als “uitspansel” of “firmament.” In "Was het water van de vloed afkomstig uit een water gewelf?" wordt uitgelegd waarom raqia soms verwijst naar “hemelen” maar in andere contexten naarde aardkorst voor de vloed.

Stenen pilaren. Het onder druk staande onderaardse water ondersteunde het meeste gewicht van de aardkorst, de pilaren gaven daarbij extra ondersteuning. Om de 12 uur zorgden getijde effecten, voornamelijk door de zwaartekracht van de maan, voor het opheffen van het onderaardse water (en dus ook de aardkorst) met enkele tientallen centimeters, evenals de getijden dat nu met de oceanen doen. Bij laagtij kwam de aardkorst weer terug. Op deze manier nam de druk die de pilaren uitoefenden op de onderaardse bodem twee keer per dag toe en af. De losse, of flexibele, contacten kunnen omschreven worden als “pluggen.” Getijden treden ook op in het vaste gedeelte van de aarde. [Zie Voetnoot bij "Hoe lang zou de maan ervoor nodig hebben om vanaf de aarde in zijn huidige positie terecht te komen?"]

De Bijbel zegt dat de aarde steunde op pilaren. Psalm 75:3b zegt, “maar ik [God] heb zijn[de aarde] pilaren vastgemaakt.” In Job 38, laat God zijn gezag zien aan Job door hem het moeilijkste wetenschappelijke examen af te leggen. In vers 4–6 vraagt God aan Job, “Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? ... Waarop zijn haar pijlers neergelaten, of wie heeft haar hoeksteen gelegd?” Het woord pijlers is op alle andere 54 plaatsen in de Bijbel vertaald als “voeten” of “voetstukken waarop pilaren stonden.

Oude niet bijbelse geschriften, die minder betrouwbaar zijn dan de bijbelse boeken, spreken ook over een dergelijke structuren in het onderaardse water. Een voorbeeld daarvan is Het Boek van de schatkamer, in het Brits museum dat dateert van ongeveer 300–599 A.D., waarin staat:

En op de derde dag gaf God de wateren onder het firmament de opdracht om op een plaats samen te stromen, zodat het droge land tevoorschijn kwam. En toen de bedekking met water aan de oppervlakte van de aarde had been rolled up, bleek dat de aarde zich in een wankele en onstabiele toestand bevond, dat wil zeggen het was een vochtige massa die niet erg stevig was. En de wateren stroomden samen in zeeën onder, in en op de aarde. En God maakte onder in de aarde gangen en schachten en kanalen voor het doorstromen van de wateren; ... Wat de aarde betreft, is de onderkant als een dikke spons die in het water ligt.5

De Bijbel spreekt vaak over “de grondvesten van de aarde.” Op de derde dag werd de korst van de aarde letterlijk op zijn plaats gezet, oftewel op zijn grondvesten. Door het begrijpen van de natuurkundige beginselen en de rol van het onderaardse water wordt dit - en de vloed - veel duidelijker.

Toen de aardkorst op een dag openscheurde, begon de vloed (Genesis 7:11). Het water van de fonteinen van de afgrond kwam als regen neer. Het onderaardse water stroomde met een onvoorstelbare kracht horizontaal door de onderaardse kamers en omhoog de aardomcirkelende uitbarsting. De pilaren werden in stukken verpletterd door toenemende kracht van de erboven gelegen massa. Het instorten van iedere pilaar veroorzaakte enorme golven in het oppervlakte water en druk impulsen in het onderaardse water. Stukken gesteente werden in de vorm van meteorieten de ruimte in geslingerd door de gigantische energiebronnen in de fonteinen van de afgrond.6 Op deze manier werden de pilaren of de “grondvesten van de aarde” blootgelegd. Het kan zijn dat dit bedoeld is in Psalm 18:15 waar staat, “Toen werden de beddingen der wateren zichtbaar en de grondvesten der wereld kwamen bloot.”

Klik hier voor het vervolg ('De Hydroplaattheorie; deel 2')

_________________
Credo quia absurdum ?!
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://hamorlehem.blogspot.com/
 
De Hydroplaattheorie; deel 1
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Met reden geloven :: Bible, faith and science :: Bijbel en wetenschap-
Ga naar: