Met reden geloven


 
IndexFAQZoekenRegistrerenGebruikerslijstGebruikersgroepenInloggen

Deel | 
 

 Voetnoten Hydroplaattheorie

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Alex
Admin
avatar

Aantal berichten : 487
Woonplaats : Geen vaste
Registration date : 25-04-07

BerichtOnderwerp: Voetnoten Hydroplaattheorie   do jun 28, 2007 4:17 am

Dit zijn de voetnoten behorende bij 'De Hydroplaattheorie; deel 1' & 'De Hydroplaattheorie; deel 2'

Referenties en voetnoten

1

De gesteente laag moet een zeker stijfheid gehad hebben, omdat deze ruim 15 kilometer dik was. Maar de enorme oppervlakte van de plaat (de hele oppervlakte van de aarde) kwam overeen met een oppervlakte-dikte verhouding van ongeveer 20 miljoen tegen één! Dit komt overeen met een flinterdun vel tin, stall of gesteente met beide zijden van 8 meter. Het vel zou relatief flexibel zijn en gemakkelijk naar beneden kunnen doorbuigen tot een diepte van slechts een tiende van de dikte.

De effecten van gesteente dat door water naar beneden buigt in een gebied op aarde zouden zich horizontaal voortplanten met de geluidssnelheid. Buiten deze invloedsfeer kon tegelijkertijd op andere plaatsen doorbuiging plaatsvinden.

2


Walter Russell Bowie, “The Book of Genesis,” The Interpreter’s Bible, Vol. 1 (New York: Abingdon Press, 1952), blz. 473.


3


Zie voetnoot 1 bij "is de hydroplaattheorie in overeenstemming met de Bijbel?".

4


Volgens de Masoretische text van het Oude Testament duurde deze periode 1656 jaar. [Zie "Wanneer werd Adam geschapen?"]

5


The Book of the Cave of Treasures, vertaald uit de Syrische Text van het Brits Museum (MS. Add. 25875) door Sir E. A. Wallis Budge (London: The Religious Tract Society, 1927).

6


Voor details, zie het ontstaan van kometen en asteroïden.


7


De energie die iedere twaalf uur aan de aardkorst werd toegevoegd door de zwaartekracht van de maan, en in mindere mate die van de zon, is evenredig met het gewicht van de korst maal de gemiddelde ophoging. De ophoging is gering, maar de massa was gigantisch waardoor de totale energie zeer hoog was. Een groot gedeelte van deze energie werd omgezet in verwarming van de onderaardse kamers bij het zich neerzetten van de korst telkens na het ophogen. Tegenwoordig hebben de oceaangetijden een vergelijkbare verplaatsing, maar een relatief gering gewicht dat wordt opgetild.

8


Bij een kleine temperatuurstijging zet koel vloeibaar water ongeveer tien keer zoveel uit als gesteente. De uitzetting van water, is zowel relatief als absoluut groter bij hogere temperaturen.

9


Behalve ijzer meteorieten die ooit verhit zijn geweest tot 700°C, zijn chondrulen ooit verhit geweest tot 1650°C. [Zie Astroiden en Figuur 131] Het matrix materiaal dat de chondrulen omsluit toont warmte metamorfose waarvoor temperaturen van tenminste 400°C nodig zijn. [Zie O. Richard Norton, The Cambridge Encyclopedia of Meteorites (Cambridge, England: Cambridge University Press, 2002), blz. 92.] Het mechansime dat zorgt voor verhitting is voor ieder van deze voorbeelden verschilend, maar allen staan in verband met het vrijkomen van gravitationele potentiële energie. Het hangt van heel veel factoren af hoeveel koeler het onderaardse water was.

10


“Magnetotellurische metingen tonen aan dat de onderkant van de continentale korst wereldwijd elektrisch geleidend is ... De meest waarschijnlijke kandidaten voor deze geleiding zijn kleine hoeveelheden onderlinge verbonden zouthoudende poriën vloeistoffen en onderling verbonden dunne grafiet films. ... We geven de voorkeur aan het bijzonder kritische zout vloeistof model ... .” R. D. Hyndman e.a., “On Origin of Electrically Conductive Lower Continental Crust: Saline Water or Graphite?” Physics of the Earth and Planetary Interiors, Vol. 81, 1993, blz. 325, 341.

Hoewel deze schrijvers de voorkeur geven aan de zoutwater verklaring van deze elektrische geleiding, veronderstellen ze dat het zout water zich in ontelbare microscopische openingen bevindt die elektrisch en horizontaal verbonden zijn. De schrijvers zijn verbaasd, omdat zoveel horizontale verbondenheid vergezeld zou moeten gaan met verticale verbondenheid. Na langdurige geologische tijdperken zou dit water naar de oppervlakte moeten zijn doorgedrongen.

Dit probleem wordt opgelost door de hydroplaattheorie. De zoutwater laag begon met wereldwijde verspreiding. De enorme compressie van het gesteente boven het onderaardse water stond geen verticale poreusheid toe. Nadat het water tijdens de vloed vrijkwam, bleef er gewoon nog een dun laagje over.

11


“Een laag waterhoudende vloeistof kan de geleiding verklaren die in Tibet gemeten is, met een lagere vloeistof verhouding en/of laagdikte dan hierboven is aangenomen voor een gedeeltelijke smelting. Er zou bijvoorbeeld een laag van slechts1.6 km dik , met 10% van 100 S/m pekel nodig zijn om de gemeten 10.000-S geleiding te verklaren.” Wenbo Wie e.a., “Detection of Widespread Fluids in the Tibetan Crust by Magnetotelluric Studies,” Science, Vol. 292, 27 April 2001, blz. 718.

Op basis van de hydroplaattheorie zijn 34 expliciete voorspellingen gemaakt. De eerste voorspelling, die in 1980 gepubliceerd is, zegt dat er grote hoeveelheden van poelen met zout water gevonden zullen worden onder grote bergketens. Bovenstaand onderzoek door Wie e.a. verklaart waarom er zout water op ongeveer 16 km onder het Tibetaans Plateau (het hoogste en grootste plateau van de wereld) is gevonden, dat omgeven wordt het meest massieve berggebied op aarde.

12


Een filosofische vraag, die ten dele besproken is in de eerste paragraaf van dit hoofdstuk, loert op de achtergrond: “Was de vloed ‘geprogrammeerd’ vanaf het begin?” Naar mijn mening is het antwoord daarop “nee.”

De zonde heeft fysieke gevolgen (Genesis 3). Wat zouden die zijn wanneer alle bedoelingen van alle mensen (behalve Noach) voortdurend kwaad waren (Genesis 6:5, 7:1)? De zondige daden van mensen zouden allerlei fysieke veranderingen tot gevolg kunnen hebben waardoor of (a) de korst verzwakte of (b) de druk van het onderaardse water kon oplopen tot het niveau waarop een uitbarsting zou ontstaan.

Een tweede mogelijkheid is dat God zelf gewoon de aardkorst liet scheuren nadat de druk was opgelopen. Als God met zijn woord het heelal geschapen heeft, is het niet moeilijk voor te stellen dat door zijn gebod een microscopisch kleine scheur - het enige dat nodig was - op de juiste plaats ontstond.

Zou deze tweede mogelijkheid, het introduceren van een wonder in de fysieke wereld, in tegenspraak zijn met de wetenschap? De hydroplaattheorie gaat er niet bij voorbaat van uit dat er een wonder plaatsvond. Er wordt alleen maar verondersteld dat de druk in een schil van onderaards water toenam tot het moment dat er een scheur ontstond. Basis veronderstellingen, die vaak niet expliciet genoemd worden, zijn een onderdeel van iedere wet4enschappelijke theorie die een verklaring geeft voor dingen die in het verleden gebeurt zijn.

Mijn persoonlijke mening is dat het onderaardse water op een bovennatuurlijke manier geschapen is, evenals de rest van het heelal. In de daarop volgende eeuwen, nam de druk in het onderaardse water toe als gevolg van getijdenwerking. Later nam de druk verder toe of verzwakte de korst als gevolg van de zondige daden van de mens of een direct ingrijpen van God. Het uiteindelijke resultaat was dat de korst openbarstte. Het handelen van God of dat van mensen is inderdaad niet wetenschappelijk, maar ze brengen ons dat hetzelfde uitgangspunt als de zuiver wetenschappelijke hydroplaattheorie. Onafhankelijk van de weg die genomen wordt om tot dat punt te komen, bevindt alles wat daarna komt zich in het wetenschappelijk domein.

De rol van een wetenschappelijke schepping is, zoals ik het zie, tweeledig. Ten eerste, om zo goed mogelijk te verklaren wat we in het heelal zien met zo min mogelijk veronderstellingen en zonder een voortdurend beroep te doen op wonderen. Het was juist deze gewoonte om wonderen te veronderstellen bij het beantwoorden van wetenschappelijke vragen, waaraan zovele zich ergerden en wat leidde tot het enorme aandringen op het uniformiteitsleer. Ten tweede vermijd de wetenschappelijk schepping de bekrompen veronderstelling dat "de het fysieke heelal alles is wat er is en wat er ooit zal zijn”, een geloof dat materialisme en rationalisme genoemd wordt. Deze overtuigingen (uniformitarianisme, materialisme, en rationalisme) die gangbaar zijn op de meeste scholen en een groot gedeelte van de samenleving, leiden tot wetenschappelijke tegenstellingen. Een wetenschappelijke schepping, anderzijds, (a) verondersteld geen voortdurende wonderen, (b) komt beter overeen met het bewijd en de wetten van de natuurkunde, en (c) erkent het overduidelijke: er is een Schepper (Romeinen 1:20). [Zie Hoe kan onderzoek naar de schepping wetenschappelijk zijn?]

_________________
Credo quia absurdum ?!
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://hamorlehem.blogspot.com/
 
Voetnoten Hydroplaattheorie
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Met reden geloven :: Bible, faith and science :: Bijbel en wetenschap-
Ga naar: